|
Het begin van de ziekte
wordt beschreven als sluipend, aangezien de ziekte heel langzaam ontstaat. De
eerste subtiele klachten en ziekteverschijnselen kunnen lichte
persoonlijkheids- en stemmingsveranderingen zijn. Vergeetachtigheid,
onhandigheid en ongewilde bewegingen van vingers of tenen kunnen aanwijzingen
zijn voor het begin van de ziekte. Vaak wordt in dit vroege stadium geen
medisch advies gezocht. Vaak gaan er jaren voorbij voordat de diagnose wordt
gesteld. De ziekte wordt gekenmerkt door
een combinatie van stoornissen in bewegingen, gedrag, stemming en denkvermogen.
De symptomen kunnen per individu erg uiteenlopen. Ze kunnen verschillen in heftigheid,
de leeftijd waarop ze ontstaan en de snelheid waarmee ze zich ontwikkelen.
Deze verschillen komen ook voor
bij individuen uit de zelfde familie. Het ene familielid met de ziekte van
Huntington kan bijvoorbeeld een duidelijke bewegingsstoornis hebben, met
daarnaast lichte psychiatrische symptomen en intellectuele achteruitgang, terwijl
een ander familielid misschien jaren heel veel last heeft van depressies en
angsten voordat er abnormale bewegingen ontstaan.
Een van de eerste
bewegingssymptomen van de ziekte van Huntington is de zogenoemde ‘chorea’. Dat
zijn ongewilde, dansachtige bewegingen. Daarom wordt de ziekte ook wel ‘chorea
van Huntington’ genoemd. Chorea komt van het Griekse woord choreia, wat dansen
betekent. In het begin van de ziekte komen deze bewegingen weinig frequent
voor. Het zijn sierlijke, elkaar opvolgende vloeiende bewegingen in het gelaat
en aan de romp, armen en benen. Personen met de ziekte van Huntington beginnen
ook trager met gewilde bewegingen. De medische term daarvoor is ‘bradykinesie’,
wat ‘traagheid in bewegen’ betekent. Het vraagt een deskundig oog om de
subtiele verschillen dan al te kunnen waarnemen.
De
symptomen worden in de loop van de ziekte steeds duidelijker. In de zogenoemde tussenliggende
fasen (zie vraag 14) veroorzaakt de chorea relatief grote bewegingen van romp,
gezicht en ledematen. De bewegingen worden trager maar dat is moeilijk te zien.
Verder kan de Huntingtonpatiënt in deze fasen een abnormale houding aannemen doordat
de spierspanning toeneemt. Dat heet ‘dystonie’.
Al met al
veroorzaken chorea, bradykinesie en dystonie bewegingsstoornissen die de
houding, het evenwicht en het lopen van de patiënt nadelig beïnvloeden. In
sommige gevallen kan de persoon verstijven. Afwijkingen in de oogbewegingen
komen ook vaak voor, maar geven de patiënt geen klachten. Het wordt steeds
moeilijker de patiënt te verstaan. Ook wordt het vaak moeilijker om te slikken.
Dat kan leiden tot gewichtsverlies. Advies van een logopedist en een diëtist
kan dan soms zinvol zijn.
Naast de bovengenoemde
bewegingsstoornissen veroorzaakt de ziekte van Huntington ook veranderingen in
persoonlijkheid en gedrag. Veelvoorkomende stemmingsstoornissen zijn depressie,
apathie, angst, prikkelbaarheid, woede-uitbarstingen, impulsiviteit,
dwanggedachten en dwanghandelingen, slaapstoornissen en sociaal terugtrekken.
Soms treden daarnaast waanideeën en hallucinaties op: de patiënt krijgt onwerkelijke
gedachten, en ziet, hoort en voelt dingen die er niet echt zijn.
De ziekte van Huntington wordt
verder gekenmerkt door toenemende problemen met begrijpen, redeneren,
organiseren, plannen, beslissingen nemen en vragen beantwoorden. Patiënten
kunnen zich steeds slechter concentreren. Ze krijgen problemen met het korte termijngeheugen,
kunnen slecht nieuwe informatie opnemen en problemen oplossen.
Andere symptomen die vaak
voorkomen in het beloop van de ziekte zijn gewichtsverlies, slaapstoornissen en
urine-incontinentie. Het ziektebeloop kent vijf
fasen:
- De vroege fase: de persoon is
gediagnosticeerd met de ziekte van Huntington en kan zowel op het werk als
thuis volledig functioneren.
- Vroege tussenliggende fase:
de persoon blijft werkzaam maar beschikt over minder capaciteit. Hij/zij kan
nog steeds de dagelijkse bezigheden doen ondanks dat het moeizamer gaat.
- Late tussenliggende fase: het
lukt de persoon niet meer om te werken en het huishouden te organiseren.
Hij/zij heeft veel hulp nodig bij het beheren van de financiën.
- Vroege gevorderde fase: de
persoon is niet meer in staat om dagelijkse activiteiten zelfstandig uit te voeren
maar kan met behulp van familie en professionele hulpverlening nog wel thuis
wonen.
- Gevorderde fase: de persoon
is volledig hulpbehoevend bij alledaagse activiteiten en professionele
verpleegzorg is meestal nodig.
Wanneer de ziekte van
Huntington vroeg in het leven begint (dat wil zeggen voor het 20ste levensjaar)
is chorea minder duidelijk aanwezig. De bewegingen worden echter wel trager en de
spieren worden stijver. In de meeste gevallen gaan mensen met juveniele Huntington
sneller achteruit dan patiënten met de volwassenen vorm. Gedragsstoornissen,
leerproblemen, schoolachterstand en spraakproblemen zijn kenmerken van de
juveniele vorm. Epilepsie komt vaker voor bij de jongere patiënten. Wanneer de ziekte op latere
leeftijd begint is de chorea vaak sterker aanwezig, terwijl de traagheid en
stijfheid minder duidelijk aanwezig zijn. Als de ziekte later in het leven
begint, is het moeilijker om de familiegeschiedenis te achterhalen. De ouders
van de patiënt zijn namelijk meestal overleden, soms zelfs voordat zij zelf
symptomen van de ziekte hebben vertoond.
Genetische achtergrond
Elke cel in het menselijk lichaam bevat een celkern. Elke celkern bevat DNA
(desoxyribonucleic acid) van die persoon. Het DNA ligt verdeeld over zogeheten chromosomen.
Elke cel in een lichaam bevat een identieke set van chromosomen (23 paar,
totaal 46). Elk paar chromosomen bestaat uit één chromosoom van de moeder en
één chromosoom gekregen van de vader. De chromosomen zijn genummerd van 1 tot
en met 23.
Deze chromosomen bestaan op hun
beurt weer uit verschillende stukjes, die we “genen” noemen. Een gen is
een stukje DNA dat de code bevat voor het maken van een bepaald eiwit, vandaar
de term “genetische code”. Een chromosoom bevat duizenden genen.
Mensen zijn genetisch “diploid”.
Dit betekent dat iedereen van elk gen 2 kopieën heeft. Eén kopie op het
chromosoom van de moeder en één op die van de vader.
Als we naar de basisstructuren
kijken dan bestaat het DNA uit 4 bouwstenen, namelijk Adenine(A), Guanine(G),
Cytosine(C) en Thymine(T). Deze bouwstenen worden ook wel nucleotiden
genoemd. Drie nucleotiden achter elkaar heet een trinucleotide. Elk
nucleotide staat voor een aminozuur. Eeen rijtje aminozuren vormt een eiwit.
Omdat het DNA in totaal zo ontzettend lang is ligt het heel sterk opgerold in
een zogenaamde “dubbele helix”.
In 1993 hebben wetenschappers
het gen gevonden dat de ziekte van Huntington veroorzaakt. Dit ligt op
chromosoom nummer 4. Het gen bevat de code voor een eiwit dat we toepasselijk “huntingtine”
noemen. Het DNA in dit gen bestaat uit de basisonderdelen
Cytosine-Adenine-Guanine (CAG) en dit dan een aantal keer herhaald. (bv:
CAG-CAG-CAG-CAG…etc). Dit noemen we de “CAG-herhaling” (ook wel
CAG-repeat genoemd).
Eén CAG bevat de boodschap voor
één glutamine (aminozuur); dit glutamine is dan een onderdeel van het
huntingtine eiwit. Een CAG-repeat leidt dus tot een glutamine-repeat, dit
noemen we ook wel een “polyglutamine”, De Ziekte van Huntington wordt
daarom tot een van de polyglutamine ziektes gerekend.
De hoeveelheid CAG-herhalingen verschilt
bij iedereen. Een aantal tot en met 35 wordt als normaal beschouwd. Als het
aantal 36 of meer bedraagt, dan zal het verkeerde huntingtine-eiwit gemaakt
worden. Dit verkeerde eiwit is schadelijk voor zenuwcellen. Als er verkeerd hutingtine-eiwit
gemaakt wordt, dan zal de ziekte van Huntington zich hoe dan ook op een bepaald
moment in het leven uiten.
De ziekte van Huntington is een
zogenaamde ‘dominante’ genetische ziekte. Dit betekent dat één kopie van
het abnormale gen de ziekte al veroorzaakt (van één van beide ouders). Anders
gezegd betekent dit dat het abnormale gen het normale gen domineert en de
ziekte veroorzaakt.
De ziekte van Huntington is bovendien
een zogenaamde ‘autosomale dominante’ genetische ziekte. Dit betekent
dat mannen en vrouwen evenveel kans hebben de ziekte te erven en door te geven
aan zowel mannen als vrouwen.
De meeste personen met de
ziekte van Huntington zijn ‘heterozygoot’. Dit betekent dat zij twee
verschillende kopieën hebben van een gen. Eén normale kopie van de ouder zonder
het gen van de ziekte en een abnormale kopie van de ouder met de ziekte. In
zeer uitzonderlijke gevallen, wanneer beide ouders het gen van de ziekte
hebben, kunnen de kinderen twee abnormale kopieën erven (één van elke ouder).
In dit geval zeggen we dat het kind ‘homozygoot’ is (twee gelijke
kopieën van het Huntington gen.
|