|
Ja, maar u moet dit doen op een
voor het kind passende leeftijd en in begrijpelijke taal. Kinderen moeten van
hun ouders over de ziekte horen en niet via iemand anders. Wanneer u niets
vertelt zou het kind kunnen denken dat het gedrag van de aangedane ouder
veroorzaakt wordt door alcohol of drugs gebruik of dat de ouder niet van
hem/haar houdt. Het is belangrijk aan kinderen
te vertellen over de ziekte wanneer zij daar aan toe zijn en wanneer een
familielid symptomen van de ziekte vertoont. Dit voorkomt dat het kind
verkeerde conclusies gaat trekken over het gedrag van deze persoon.
De test kan pas vanaf 18 jaar
worden gedaan, omdat men hoopt dat de persoon op die leeftijd om zal kunnen
gaan met een eventuele slechte uitslag. Heel af en toe wordt daar een
uitzondering op gemaakt. In dit geval kunt u een genetische test overwegen
voordat u aan een gezin begint. Uw partner kan de test ondergaan om te kijken
of hij/zij gendrager is. Als dit niet het geval is zullen uw kinderen de ziekte
niet erven. Als hij/zij het Huntington gen wel bij zich draagt zullen al uw kinderen een
kans hebben van 50% om het te erven. De beslissing of u wel of geen
kinderen wilt krijgen met het risico op de ziekte van Huntington is persoonlijk
en kan alleen door u en uw partner gemaakt worden. We raden aan om deze
beslissing te maken onder deskundige begeleiding van een klinische geneticus.
Er zijn momenteel speciale genetische procedures beschikbaar om het risico op
overerving tot het minimum te brengen. Er zijn momenteel technieken
beschikbaar om ongeboren kinderen te testen, ook wel bekend als prenatale (voor
de geboorte) diagnose. Dit kan vóór de 12de week van de zwangerschap
gedaan worden. Er zijn 2 klassieke methoden
voor prenatale diagnostiek: een vruchtwaterpunctie is een procedure waarbij
vruchtwater met een naald wordt verzameld. Hierin zitten cellen van de
ongeboren baby. Dit gebeurt meestal in de 12de week van de
zwangerschap, de zogenaamde vlokkentest. Er kan ook een deel van de placenta
worden onderzocht. Dit kan eerder gedaan worden (tussen de 9 en 12 weken van de
zwangerschap) maar heeft meer risico voor het ongeboren kind. Ja, de ‘exclusie test’
vergelijkt het genetisch patroon van het ongeboren kind met het genetisch
patroon van de grootouders. Het gevolg is dat de uitslag voor het kind is:
1) geen risico op
gendragerschap of
2) 50% kans op gendragerschap.
In het laatste geval leidt dit tot 50% kans een gezond kind te aborteren. Ja, pre-implantatie genetische
diagnostiek (PGD), ook wel bekend als het onderzoeken van een embryo, is een
moderne diagnostische procedure gecombineerd met in-vitrofertilisatie (IVF). De
embryo’s worden onderzocht op het gen voor de ziekte van Huntington voordat ze
in de baarmoeder geplaatst worden. Deze methode maakt het dus mogelijk om
alleen gezonde embryo’s te verwekken.
|